Persbericht
Achter de Zuilen, gemeentehuis Bloemendaal
tentoonstelling 12 februari t/m 4 maart 2012
ANNEKE HOHMANN, FRANK GOTTSMANN en WILFRIED PUT
Wanneer je het werk van Anneke Hohmann overziet bekruipt je in ieder geval niet de gedachte dat dit typisch vrouwenwerk is, voor zover dit bestaat natuurlijk. Behalve die werken waarop enig kledingstuk te zien is met daarbij ‘aantekeningen’ zoals die van een naaister. Nee, deze schilderijen laten (delen) staalconstructies zien, motoren, scheepsconstructies, machineonderdelen, drukmeters, uurwerken, etc. waar voornamelijk mannen in of mee werkzaam zijn. Deze voorliefde voor machines, bouten en moeren heeft te maken met haar vader die werktuigbouwkundige was.
Verf, inkt, collagetechniek en andere materie maken het werk dynamisch zoals ook de onderwerpen zelf, alles beweegt en straalt dynamiek uit, alsof je de zuigers in de motoren hoort en ziet stampen en de hamerslagen bij de klinknagels in de staalconstructies. Naast deze machineonderdelen zijn ook op het doek zo nu en dan letters en cijfers te zien, alsof een en ander uitgelegd of berekend dient te worden, zoals ook al eerder opgemerkt bij die werken met de kledingstukken. Ook is naast deze wat realistische werken abstract werk te zien. Zware, stevige, robuuste, krachtige en niets ontziende verfstreken en kleurvlakken die doen denken aan Tapies of Saura, naast wat ingetogener en elegante vormen en lijnen die Miro-achtig lijken. Temperamentvol werk !
Frank Gottsmann is een stuk rustiger in zijn werk. Frank maakt schilderijen en werken op papier die qua kleur en lijn in vergelijking met Anneke bijna aarzelend overkomen. Hij wikt en weegt, zoekt nauwkeurig zijn composities, tast de bijna doorschijnende kleurvlakken af en zet soms als een graficus de lijnen in het werk. Regelmatig zijn bebouwingen te herkennen, ook torenspitsen. Frank woont en werkt in Berlijn. Is dit de verwoesting van de stad, zien we hier de Gedachtniskirche?
Toch oogt het werk licht, luchtig of vrolijk. Open composities met vlakken en patronen die ritmisch zijn gerangschikt. In veel werken zijn een of twee kleuraccenten waarnaar het oog wordt getrokken, naar een middelpunt dat niet in het centrum ligt. Hij is ook graficus, dat is te zien: het werk wordt opgebouwd , het is een proces van wikken en wegen, van kijken en achteruitlopen, een waarschijnlijk langdurig proces van kleine stapjes tot de grote stap naar voltooiing.
De beelden van Wilfried Put zijn gemaakt vanuit een concreet, figuratief gegeven. Dat wil niet zeggen dat de weg naar abstractie niet open ligt. Juist wel. Dan openbaart zich het spel van lijn en vorm zoals dat bij een beeldhouwer hoort die de spanning in lijn en vorm wil opzoeken en dan her realisme langzaam doet verdringen. Want het moet verbeelden en niet slechts een beeld worden! De plastiek van de rugbyspelers die schouder aan schouder elkaar proberen weg te drukken is zo’n voorbeeld. Een en al spanning, geen van tweeën wil toegeven. Het is dat je benen kunt herkennen, je ziet dat het mensen moeten zijn. Maar daar gaat het niet om. Anders gezegd, daar gaat het Wilfried juist wel om: om de energieke beweging, de balans, de kracht, de eenvoud, de soms ruige textuur van de huid, materie in rust en toch dynamisch, van beeld naar verbeeld en monumentaal.